Betsie
‘Mevrouw wil al weer niet uit bed komen…’ zegt een collega die we tegenkomen op de gang van het verzorgingshuis.
‘Hoe komt dat?’ vraagt Betsie.
‘Ze zegt dat ze niets wil vandaag. Ik heb geprobeerd om haar over te halen op te staan, maar ze wil het echt niet,’ antwoordt onze collega. Ze kijkt wat verontrust.
‘We gaan er zo wel naartoe, dan kijken we even,’ zegt Betsie.
Vandaag is het de tweede week van mijn eerste stage in de zorg. Eerlijk gezegd vind ik het best wel wennen. Veel collega’s hebben haast, het is de hele tijd druk en de zorg voor de mensen is behoorlijk zwaar.
Ik loop mee met Betsie, zij is mijn begeleidster. Ik vind haar een mooi mens. Ze gaat leuk met de bewoners om en ze is bijna altijd vrolijk. Het lijkt alsof zij nooit haast heeft. Ze neemt gewoon de tijd voor de mensen. Ik kan nog veel van haar leren.
‘Kom Tommie, we gaan even kijken bij de dame die niet uit bed wil komen. Ik ken haar al jaren, soms is ze wat somber en dan wil ze niets. Nu is het aan ons om te kijken wat we voor haar kunnen doen. Ga je mee?’
‘Is goed!’ antwoord ik.
Als we binnenkomen, krijgen we geen reactie. We lopen verder en mevrouw ligt in haar pyjama op bed. Het is al bijna middag.
‘Wacht maar even hier,’ zegt Betsie.
Ik knik en blijf in de deuropening staan.
Betsie loopt om het bed van mevrouw heen en vervolgens stapt ze erin. Ze gaat naast de oudere dame in het bed liggen en kijkt haar aan. Ze zegt helemaal niets en het is stil.
Ik sta nog steeds in de deuropening. Dit had ik nog niet eerder meegemaakt. Ik zou niet weten wat ik zou doen.
‘Hoe gaat het, Mien?’ vraagt Betsie na een korte stilte.
Mevrouw geeft geen antwoord, maar ze draait zich wel om. Ze kijkt naar Betsie en zucht diep.
‘Nou, je bent wel erg blij om mij te zien, hè?’ zegt Betsie met een lach.
Mevrouw kijkt haar nog steeds aan. Ze zegt niets terug, maar er verschijnt wel een glimlach op haar gezicht.
‘Vertel eens, wat is er aan de hand?’ zegt Betsie met een rustige stem.
Mevrouw kijkt wat emotioneel en begint te vertellen. Betsie luistert aandachtig en knikt zo nu en dan.
Ik kijk toe vanuit de deuropening en besef dat dit het belangrijkste is in de zorg. Gelijkwaardig menselijk contact. Er simpelweg zijn en luisteren.
Twintig minuten later is mevrouw aangekleed. Ze loopt samen met Betsie de huiskamer in en begroet mij.
‘Ben jij de nieuwe broeder?’ vraagt mevrouw als we elkaar een hand geven.
‘Ja, ik ben kort geleden begonnen aan de opleiding,’ antwoord ik.
‘Heel goed jongen, heel goed. Jullie zijn echt onmisbaar,’ zegt mevrouw.
‘Hoe is het met u?’ vraag ik.
‘Het gaat weer een beetje, jongeman,’ antwoordt ze met een knipoog en een lach.
Betsie heeft mij begeleid tijdens mijn eerste stage in de zorg. Dit verhaal speelde zich af in 2012. Betsie is overleden in 2023.
Zonder Betsie zou ik nooit de zorgverlener zijn geworden die ik nu ben.
