Dingdong
‘Dingdong,’ klinkt het wanneer ik aanbel.
Het is halfacht in de ochtend en ik sta te wachten voor een huis waar ik nog nooit ben geweest. Ik ben altijd benieuwd waar ik terechtkom. Achter elke deur schuilt weer een ander verhaal. Telkens kom ik in een andere wereld. Dit vind ik een van de leukste dingen van het werk in de wijk.
Na een paar minuten wordt er opengedaan. In de deuropening staat een wat nors kijkende oudere dame in haar pyjama.
‘Wa komde gij doen?’ vraagt mevrouw.
‘Ik ben van de zorg,’ antwoord ik.
We kijken elkaar aan en het is even stil.
‘Komde gij mij wassen?’ vraagt mevrouw terwijl ze mij indringend aankijkt.
‘Dat weet ik nog niet…’ zeg ik voorzichtig.
‘Nou… Da gaat niet gebeuren! Geen man aan mijn lijf!’ zegt mevrouw met stemverheffing.
Ik schrik een beetje van haar reactie en ben stil.
‘Je ken wel koffie krijgen, jongen. Kom maar gauw, het is kouw buiten,’ zegt ze na de korte stilte.
Ze doet de deur verder open en loopt naar binnen. Ik kijk wat verbaasd om me heen en loop achter haar aan.
Nu zitten we samen aan tafel, met een kop koffie.
‘Nee, jongen, dat wil ik echt niet. Ik heb veel meegemaakt…’ zegt mevrouw met een serieuze blik in haar ogen.
Ze vertelt me over vroeger, over haar kinderen en over haar man die dertig jaar geleden is gestorven. Hij behandelde haar slecht. Het was een nare man met alcoholproblemen en losse handjes. Hij kwam niet vaak thuis en als hij dat wel deed, ging het vaak mis.
‘Snap je, jongen? Daarom wil ik dat niet…’
Het is stil. Ik ben sprakeloos en weet niet wat ik moet zeggen.
‘Dank u wel, mevrouw, dat u dit met mij deelt.’
Mevrouw knikt.
‘Ja, ik zeg gewoon hoe het is, jongen…’
Ik waardeer de eerlijkheid en heb diep respect voor haar. Ze stelt zich kwetsbaar op, en dat na alles wat ze heeft meegemaakt. Normaal doe ik mijn best om mensen zover te krijgen dat ik ze mag helpen. Nu doe ik dat niet. Dat voelt gewoon niet goed.
‘Bedankt, jongen,’ zegt mevrouw voordat ik vertrek.
‘Ik heb niet veel kunnen doen…’ antwoord ik met een lach.
‘Buurten is ook belangrijk, jongen, en ik ben toch niet vuil! Jij bent een goei menneke!’ zegt ze met een glimlach op haar gezicht.
‘Tot de volgende keer, mevrouw.’
‘Tot ziens, jongen. Ge kent altijd komen, maar niet douchen hè!?’
Ik schiet in de lach.
‘Nee nee, dan kom ik gewoon een kop koffie drinken, want die was erg lekker!’
Mevrouw moet ook lachen. Ik zwaai nog een keer en loop naar mijn auto.
Wat een mooi mens, denk ik bij mezelf.
